Van aderlating tot dialyse

Het is in 2017 precies 50 jaar geleden dat in het Stuivenberg Ziekenhuis de eerste hemodialyse plaats vond.

Sedertdien werden duizenden patiënten met terminaal nier-lijden met deze levensreddende behandelingstechniek geholpen. De afvalstoffen in het lichaam van de zieke worden hierbij door middel van een ‘kunstnier’ verwijderd.

Het heeft echter eeuwen geduurd vooraleer deze therapie mogelijk is geworden. In deze tentoonstelling wordt de evolutie getoond van de wetenschap van deze nieraandoeningen, de zogenaamde nefrologie.

In de Oudheid waren nierziekten onbekend en weet men ‘waterzucht’ aan afwijkingen van de lever.

In de Late Middeleeuwen en Renaissance kon door toegenomen kennis van de structuur en functie van de nieren vastgesteld worden dat afwijkingen van de nieren aan de basis konden liggen van ziekteverschijnselen en zelfs overlijden.

Vanaf de 18dee eeuw werd uitgebreid onderzoek gedaan naar nierafwijkingen bij autopsie. In de 19de eeuw werden bepalingen van bepaalde stoffen in urine en bloed mogelijk, waardoor de correlatie van nierziekten met waterzucht en uremie duidelijk werd.

Oorzakelijke behandeling van nierziekten als tuberculose, kanker, polycystose en dergelijke werden mogelijk, hetzij met dieet en medicaties, hetzij met operaties, die nu onder narcose konden worden uitgevoerd.

De doorbraak in de 20ste eeuw werd, zoals vermeld, gerealiseerd door de kunstnier, die het mogelijk maakt de functie van de nier over te nemen, en de patiënt hierdoor in staat stelt middels hemo- of peritoneale dialyse te overleven.

De ultieme stap werd in de late 20ste eeuw gezet door de niertransplantatie, met andere woorden het inplanten van een functionele nier van een overledene of een levend familielid bij de terminaal zieke nierpatiënt.

De tentoonstelling illustreert deze boeiende evolutie van de behandeling van nierziekten door de eeuwen heen.